De impact op werk

Effect op werkgelegenheid

De circulaire economie gaat de economie wezenlijk veranderen. In sectoren als delfstofwinning, (maak)industrie en retail zullen banen verdwijnen, in de sfeer van revisie, hergebruik en recycling/upcycling zullen banen ontstaan. De vraag naar vakmensen zal in ieder geval sterk toenemen.

Banen bij of banen weg?

De economie verandert als we helemaal circulair gaan werken. Dat heeft ook effect op de werkgelegenheid. Er zullen banen verdwijnen en er komen nieuwe banen bij. Hoeveel precies is nog niet duidelijk.

De overgang naar een circulaire economie zal effect hebben op het werk. Het gaat geleidelijk, maar het gaat veranderen. Een overzicht van wat we al weten.



De impact op werk

Effect op werkgelegenheid

Een economie is pas echt circulair als er een balans is tussen people, profit & planet. Zo staat het in het SER-advies over de circulaire economie. 

http://www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2010-2019/2016/circulaire-economie.aspx

Dit betekent dat arbeidsverhoudingen, -omstandigheden en -voorwaarden goed geregeld zijn en dat de kwaliteit van banen goed is. Ook is de beroepsbevolking goed opgeleid. En werknemers krijgen de kans om nieuwe competenties te leren en te onderhouden.









Dat laatste zal ook nodig zijn. De circulaire economie zet immers in op levensduurverlenging van consumentengoederen. Dit levert veel werk op in de sfeer van onderhoud en reparatie. Werknemers hebben hiervoor niet alleen technische, maar ook sociale vaardigheden nodig, omdat ze direct met de klant te maken te krijgen. Dat geldt ook voor bedrijven die diensten gaan verkopen (bijvoorbeeld wasbeurten) in plaats van apparaten (wasmachines). Het werk krijgt dus ook veel vaker een sociale component.


De impact op werk

Banen bij of banen weg?

TNO heeft een eerste verkenning over de werkgelegenheidseffecten van de circulaire economie gedaan. Dat levert het beeld op dat er aan de ene kant zo’n 90.000 nieuwe banen kunnen ontstaan.  Aan de andere kant verdwijnen er zo’n 35.000 banen. Iedereen benadrukt dat deze cijfers wel nog met de nodige voorzichtigheid moeten worden gebruikt. We staan aan het begin van een verandering van de economie die decennia gaat duren.
De effecten op werkgelegenheid worden op termijn steeds duidelijker. Maar als bedrijven die krimpen in een circulaire economie zich op tijd aanpassen, kunnen daar banen behouden blijven of zelfs bijkomen.


De impact op werk

Werk op alle niveaus

Dat kan gaan om vakmensen op middelbaar niveau, hoogopgeleide werknemers, maar er is ook werk voor mensen die lager geschoold zijn of die nu een afstand tot de arbeidsmarkt hebben.









  • Hoogopgeleide mensen die circulaire producten kunnen ontwerpen of nieuwe technologieën, business- en organisatiemodellen kunnen ontwikkelen.
  • Vakmensen op middelbaar kwalificatieniveau die kunnen onderhouden, beheren of repareren en goed zijn in dienstverlening.
  • Laagopgeleide mensen die een bijdrage kunnen leveren aan de inzameling en demontage van afgedankte goederen of bijvoorbeeld aan initiatieven tegen verspilling, zoals de verwerking van reststromen van de boer, tuinder of snijder in voedingsmiddelen.


De impact op werk

Technische en sociale innovatie gaan hand in hand

Kansen in de regio
Werkgelegenheid is vaak geconcentreerd in stedelijke regio’s die hun eigen sterktes en zwaktes hebben. Neem de Friese arbeidsmarktregio en de arbeidsregio Amsterdam: beide hebben grote ambities op het gebied van de circulaire economie, maar vullen die verschillend in. In Friesland gaat het bijvoorbeeld om circulaire landbouw, circulair plastic, organische reststromen en bouw van de toekomst. In Amsterdam ligt de nadruk op een circulaire bouwketen en organische reststromen.

Sociale innovatie
Een circulaire economie vraagt een nieuwe manier van denken en doen. En niet alleen om technologische, maar ook om sociale innovaties. Want een succesvolle innovatie is meestal geen soloactie, maar een teaminspanning van verschillende geledingen in een bedrijf. Sociale innovatie vraagt dat werknemers mee kunnen denken over de overgang naar een meer circulaire bedrijfsvoering. Als het goed is, brengt sociale innovatie de bedrijfsprestaties en de werknemerstevredenheid op een hoger niveau.

Nieuwe technologieën
De ontwikkeling van de circulaire economie gaat vaak gepaard met nieuwe technologieën. Zo zijn de deeleconomie, de tweedehandsmarkt en andere nieuwe bedrijfsmodellen mogelijk geworden dankzij ICT. Nieuwe technologieën zijn bijvoorbeeld ook zelflerende robots die grondstoffen scheiden en databanken met materialen en grondstoffen. Omdat er steeds meer data worden opgeslagen, zijn er steeds meer datacentra nodig en die gebruiken veel energie. Toch biedt ook dat kansen: de warmte die in datacentra ontstaat, kan bijvoorbeeld worden gebruikt om woningen of bedrijfspanden te verwarmen. Als we in staat zijn om datacentra te verduurzamen, versterken we daarmee de voorloperpositie van Nederland op het gebied van de circulaire economie.

Smart industry
Door machines of installaties onderling te verbinden en slim aan te sturen, krijgt ICT ongekende potentie. Niet alleen binnen bedrijven, maar ook tussen bedrijven en klanten. Dit wordt smart industry genoemd. Smart industry biedt een kans om nieuwe industrieën op te zetten vanuit een circulair bedrijfsmodel.

Minder werkloosheid
Uit onderzoek in het buitenland blijkt dat de transitie naar een circulaire economie een bijdrage levert aan de werkloosheidsbestrijding. Dit betreft met name laaggekwalificeerde en beroepen op middelbaar niveau in de industrie. Een hoopvol geluid, al moet dit effect in Nederland nog wel worden onderzocht.

De impact op werk

Permanente aandacht voor leren in de toekomst

In het huidige onderwijs komt de circulaire economie te weinig en te versnipperd aan bod. Terwijl juist in het initiële onderwijs de basis moet worden gelegd voor een positieve houding ten aanzien van duurzaamheid en een circulaire economie. Dat zit bijvoorbeeld in techniekonderwijs en bètavakken, maar ook in de burgerschapsopdracht van het primair en voortgezet onderwijs.

Vaardigheden op peil houden
Voor mensen die al aan het werk zijn, blijven scholing en opleiding van cruciaal belang, ook met het oog op de circulaire economie. Naast specifieke beroepsgerichte vaardigheden is het steeds belangrijker om ook de algemene (beroeps)vaardigheden op peil te houden, flexibel te zijn en een open leerhouding te hebben. Dat vergemakkelijkt de overgang naar andere functies binnen of buiten het bedrijf. Dit vraagt dus continue aandacht voor het up to date houden van kennis, omscholing en bijscholing.

Leren op de werkplek
Een deel van de werknemers heeft niets met school. Zij zijn meer gebaat bij leren op de werkplek, bijvoorbeeld via informele scholing, taakroulatie en bewuste aandacht voor talentontwikkeling. Dit informele leren komt aan de orde in een advies over post-initieel leren waar de SER momenteel aan werkt. Ook is de SER nauw betrokken bij de Skills Strategie die momenteel door de OESO samen met departementen en stakeholders wordt ontwikkeld. Daarmee is voor de SER ‘leren in de toekomst’ een permanent aandachtspunt geworden.

Living labs
Om het concept van de circulaire economie in onderwijs en scholing te integreren, kunnen regionale samenwerkingsverbanden tussen overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen heel nuttig zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van leerwerkgemeenschappen, kenniscentra, living labs en leerwerkcentra. De circulaire arbeidsmarkt kan eveneens profiteren van de kennis en ervaring van lopende initiatieven als het Nationale Techniekpact, de Human Capital Agenda’s van de topsectoren, het Actieplan Smart Industry en de regionale Economic Boards. Al deze regionale samenwerkingsverbanden en initiatieven bieden kansen om de circulaire economie in de stedelijke regio’s te versterken.

Goede voorbeelden verspreiden
De best practices op het gebied van onderwijs en scholing kunnen als voorbeeld voor anderen dienen, maar moeten wel beter bekend worden gemaakt en via netwerken worden verspreid. De sociale partners hebben daarin zelf ook een belangrijke taak.

De impact op werk

Hoe stemmen we arbeid beter af op de circulaire economie?

Er zijn verschillende factoren die maken dat de arbeidsmarkt nog niet ten volle bijdraagt aan een circulaire economie.
De eerste is de hoge belasting op arbeid. Arbeidsintensieve activiteiten en/of diensten zijn vaak niet lonend, omdat de arbeidskosten hoog zijn.
Een tweede belemmerende factor is dat maatschappelijke kosten niet worden doorgerekend in grondstoffenprijzen.
Verder is er in Nederland slechts beperkt kennis over de kwalitatieve aspecten van circulaire banen. Het is dus niet bekend in hoeverre de circulaire economie ‘goed werk’ oplevert dat bijdraagt aan de werktevredenheid van werknemers in de circulaire economie.
Een andere belemmerende factor is dat er bij ondernemers en werknemers in het algemeen weinig kennis aanwezig is over de circulaire economie. Ook is er dringend behoefte aan handelingsperspectieven.

Oplossingen
Om deze belemmerende factoren op te lossen, heeft de SER in zijn advies aan het kabinet drie aanbevelingen gedaan:

  • Laat verdiepend onderzoek doen naar de arbeidsmarktaspecten van de circulaire economie, de onderliggende mechanismen en de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om de circulaire economie te versnellen. Kijk daarbij speciaal naar mogelijkheden om arbeidsintensieve activiteiten goedkoper te maken.
  • Laat meer onderzoek doen naar de kwalitatieve aspecten van de circulaire arbeidsmarkt, zodat sociale partners hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en de circulaire economie ‘goede banen’ gaat opleveren.
  • Draag als sociale partners de noodzaak van de transitie uit. Zorg dat werkgevers en werknemers hierbij betrokken worden en ontwikkel binnen het Rijksbrede Programma Circulaire Economie concrete handelingsperspectieven voor een circulaire economie.


De impact op werk

Acht persoonlijke stappen naar duurzaamheid

De acht lessen van Interface

  1. Zichtbaar leiderschap en commitment door senior management is essentieel om te laten zien dat het bedrijf duurzaamheid serieus neemt.

  2. Vorm een ambassadeursnetwerk om de duurzaamheidsagenda binnen het bedrijf te promoten.

  3. Overtuig medewerkers via een gerichte persoonlijke aanpak. Zorg dat de juiste middelen zoals kennis, visie, constante feedback en erkenning aanwezig zijn om werknemers te enthousiasmeren.

  4. Maak medewerkers verantwoordelijk voor duurzaamheidsdoelstellingen. Dit vergroot hun commitment.

  5. Investeer in medewerkers om hen met oplossingen te laten komen door middel van kennisuitwisseling op alle niveaus en het bieden van externe sparringpartners. Blijf met hen in gesprek en gebruik hun creativiteit om oplossingen te vinden.

  6. Zorg voor gerichte betrokkenheid van medewerkers en belanghebbenden.

  7. Benadruk de duurzaamheidsstrategie in iedere boodschap.

  8. Voorkom cynisme. Blijf de boodschap met actie ondersteunen. Het opbouwen van vertrouwen en het betrekken van medewerkers vraagt om voortdurende inspanning. Vooral als er lastige uitdagingen zijn.

Interface heeft ook de adviesdienst InterfaceRaise opgericht om lessen te delen en andere organisaties te helpen duurzaamheid te verwerven, vooral in de cultuur van bedrijven.

http://www.interface.com/EU/nl-NL/about/index