Vergeet de factor arbeid niet


Janna Mud, 
sectorhoofd bouwen 
en wonen FNV



Geef werknemers zeggenschap over de veranderingen. Benut de kennis en ervaring van werknemers. Deel de goede voorbeelden.


Willem-Henk Streekstra, adviseur VNO-NCW MKB- Nederland


Benut bestaande kennis voor duurzame oplossingen. Een nieuw denkspoor opent nieuwe mogelijkheden. De transitie biedt kansen voor creatieve denkers en vakmensen.


Amerik Klapwijk, beleidsadviseur 
VCP


Stel werknemers in de transitie centraal. Maak in cao’s ruimte voor verandering. Technologische innovatie gaat niet zonder sociale innovatie.


Michel Nijlant, beleidsadviseur
CNV


Investeer in scholing en ontwikkeling. Er is een cultuurverandering nodig. Jezelf ontwikkelingen kan ook op de werkplek.


Harry Kager,
adviseur water en bodem LTO


We kunnen het niet blijven doen zoals we het deden. Beperk de input, verhoog de output. Deel en verspreid kennis.


In debatten over de circulaire economie gaat het meestal over grondstoffen. Maar laten we de factor arbeid niet vergeten. Het zijn de wérkenden die de circulaire economie vormgeven door innovaties en activiteiten. Wat betekent de circulaire economie voor hen? Wat gaat er in hun werk veranderen? En hoe moeten werknemers zich hierop voorbereiden? De visie van de sociale partners op de sociale agenda voor de circulaire economie.

Vergeet de factor arbeid niet

Janna Mud, sectorhoofd FNV Bouwen en Wonen
‘Geef werknemers zeggenschap over de veranderingen’

“De manier waarop wij met grondstoffen en spullen omgaan, is vrij verkwistend. Dat zal echt anders moeten. In een circulaire economie gaat het erom dat grondstoffen na een periode van gebruik opnieuw kunnen worden gebruikt. Daar moeten we vooraf over nadenken. Voor de bouwsector, waar ik zelf veel mee te maken heb, is dat vraagstuk heel concreet en actueel. Al staat het circulaire denken ook daar nog in de kinderschoenen.
De arbeidsmarkt gaat veranderen. Niet alleen door de circulaire economie, maar ook door ontwikkelingen als robotisering, automatisering en digitalisering. Er gaan functies verdwijnen, er komen functies bij. De inhoud van functies zal veranderen. Dat alles vraagt om nieuwe kennis en kunde en andere scholing. Daar moeten werknemers op voorbereid worden. Ook met het oog op duurzame inzetbaarheid. Hoe zorgen we ervoor dat mensen tot hun pensioenleeftijd inzetbaar en vitaal blijven? Daar ligt een taak voor de werkgevers, maar ook voor werknemers zelf.”

Benut de kennis en ervaring van werknemers
“Het is van groot belang dat werknemers veel meer bij de veranderingen worden betrokken. In plaats van medezeggenschap moeten zij zeggenschap krijgen.
Die werknemers weten namelijk zelf het beste hoe hun werk in elkaar zit, wat er nodig en mogelijk is om productieprocessen circulair te maken, wat dat voor henzelf betekent en hoe zij daarvoor geschoold moeten worden. Er is zoveel kennis en ervaring, maak daar gebruik van!
Het is niet voor het eerst dat de arbeidsmarkt grote veranderingen ondergaat. De laatste twintig, dertig jaar is er door de digitalisering ook veel veranderd. Er zijn bijvoorbeeld geen typistes meer nodig om acceptgiro’s uit te typen. Die banen zijn dus verdwenen. Maar daar tegenover staat dat er ook allerlei nieuwe banen zijn ontstaan. Zo zal het met de transitie naar de circulaire economie ook gaan. Er blijven mensen nodig die een woning kunnen bouwen. Er zijn straks ook mensen nodig die de woning kunnen afbreken of omzetten naar een ander type bouwwerk en de grondstoffen die erin zitten kunnen verzamelen.


Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Janna Mud, sectorhoofd FNV Bouwen en Wonen
‘Geef werknemers zeggenschap over de veranderingen’

De kennis die daarvoor nodig is, wordt straks standaard in opleidingen meegenomen. Daarom is het voor de jongere generaties altijd makkelijker om mee te gaan in veranderingen dan voor vijftigers en zestigers die al aan een bepaalde werkwijze gewend zijn.”

Deel de goede voorbeelden
“Om een goed beeld te krijgen van wat er voor werknemers gaat veranderen, zijn voorbeelden van bedrijven die al circulair werken heel belangrijk. Hoe gaat dat in die fabrieken en bedrijven, welke rol hebben werknemers in het circulaire proces?
Het kan inspirerend zijn om te zien wat er bij een bedrijf als Auping gebeurt en hoe daar samen met het personeel over de circulaire productie van matrassen wordt nagedacht. Of om te zien hoe in fabrieken onder optimale, geconditioneerde omstandigheden woningen worden geprefabriceerd, die op de bouwlocatie alleen nog maar in elkaar gezet hoeven te worden. Dat betekent dat er op bouwplaatsen geen – of minder – metselaars en timmermannen nodig zijn, maar vooral monteurs. Het werk op de bouwplaats zal daardoor wel wat eentoniger worden. Misschien vindt een werknemer het daarom interessant om zich ook te bekwamen in installatietechniek of andere onderdelen van het werk. Belangrijk is dat werknemers een volwaardig functie behouden.
De circulaire economie geeft mensen ook kansen om hun blik te verbreden. Juist daarom is het ontzettend belangrijk om hen bij de veranderingen te betrekken, om te vragen welke ideeën zij hebben over hun functie en hun werk.”

https://www.fnv.nl/


Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Willem-Henk Streekstra, adviseur VNO-NCW MKB-Nederland
‘Benut bestaande kennis voor duurzame oplossingen’

“De transitie naar de circulaire economie is geen orkaan die over de wereld gaat en alles verandert, het zal geleidelijk gaan. Over twintig, dertig jaar gaan we anders met grondstoffen om dan nu. Niet alleen omdat de grondstoffenvoorraad eindig is, maar ook omdat het klimaatakkoord van Parijs ons op alle fronten tot maatregelen dwingt om de CO2-uitstoot te beperken. Daarnaast is het ook om geopolitieke redenen beter om minder afhankelijk te zijn van het buitenland. 90 procent van de grondstoffen die voor Europa belangrijk zijn, komt uit het buitenland. Maar de wereld wordt er niet vriendelijker op.
Als we efficiënter omgaan met grondstoffen, gaat het rendement van bedrijven omhoog. Bovendien gaan bedrijven beter samenwerken, ook cross-sectoraal. Dat versterkt de cohesie tussen bedrijven en daarmee de economie in eigen land en in Europa. Dat maakt ons minder kwetsbaar voor wat er in de wereld gebeurt. Tegenover de globalisering van de economie staat dus de lokalisering van de economie.”

Een nieuw denkspoor opent nieuwe mogelijkheden
“De noodzaak van de circulaire economie is nog niet tot iedereen doorgedrongen. Als werkgevers- en werknemersorganisaties hebben wij daarin samen met de overheid een belangrijke taak. Wij moeten mensen erop wijzen hoe belangrijk duurzaamheid is voor de toekomst en dat de circulaire economie daar onderdeel van is.
Het doel van de circulaire economie is waardebehoud van materiaal in de keten. Daarmee zet de circulaire economie ons op een nieuw denkspoor. Een denkspoor dat ook veel nieuwe kansen brengt voor bedrijven. Want het efficiënter gebruik van materialen bespaart veel kosten. In goede bedrijven denken werkgevers en werknemers er samen over na wat de circulaire economie voor hen gaat betekenen. Hoe zij de CO2-uitstoot kunnen beperken en ervoor kunnen zorgen dat grondstoffen hun waarde behouden en wat de gevolgen zijn voor het arbeidsproces.
Mensen hebben tijd nodig om zich aan veranderingen aan te passen. Voor jongere mensen is dat makkelijker dan voor vijftigers, maar uiteindelijk moet iedereen mee. Het is met de circulaire economie niet anders dan met andere innovaties.”

Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Willem-Henk Streekstra, adviseur VNO-NCW MKB-Nederland
‘Benut bestaande kennis voor duurzame oplossingen’

De transitie biedt kansen voor creatieve denkers en vakmensen
“De circulaire economie biedt zeker kansen voor werkgelegenheid. Er zijn nieuwe businessmodellen, samenwerkingsverbanden en contractvormen nodig en dus ook mensen die creatief kunnen denken. En er zijn vooral ook mensen nodig die weten hoe ze materialen kunnen hergebruiken, producten kunnen repareren en refurbishen. Aan vakmensen komt grote behoefte.
De kunst is om de kennis die mensen hebben op een nieuwe manier in te zetten. Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die veel expertise hebben in het boren en leggen van gasleidingen. Die sector staat onder druk, doordat er steeds minder gas wordt gewonnen. Het zou mooi zijn als we die kennis kunnen benutten en verbreden voor de ontwikkeling en toepassing van thermische energie, zodat woningen op een duurzame manier worden verwarmd.
We moeten de kennis en expertise die we hebben opgebouwd in sectoren waarin wij goed zijn, inzetten voor nieuwe, duurzame oplossingen. Dat zijn dingen waar we het de komende tijd over moeten hebben. De overheid kan daarbij een stimulerende rol vervullen, want het gaat om een enorme maatschappelijke opgave. Je kunt niet van bedrijven verwachten dat zij dat in hun eentje doen. Deze opgave vraagt dat we out of the box denken om ons maximaal in te zetten voor de circulaire economie.”

https://www.vno-ncw.nl/



Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Amerik Klapwijk, beleidsadviseur VCP
‘Stel werknemers in de transitie centraal’

“We naderen het omslagpunt. De circulaire economie zat nog een beetje in de hoek van idealisten en pioniers, maar nu de overheid de ambitie heeft uitgesproken dat Nederland in 2050 circulair is en een Rijksbreed programma heeft neergezet, wordt de beweging steeds breder. Het Grondstoffenakkoord heeft al meer dan vierhonderd ondertekenaars.
De circulaire economie maakt alles anders: het ontwerp, de productie, de inkoop en het gebruik van producten. Hoe kun je een product zo ontwerpen dat er geen afval meer ontstaat? Welke producten ga je inkopen? Hoe zorg je ervoor dat een product na gebruik terugkomt? De circulaire economie vraagt een complete verandering in denken en doen. Zowel binnen sectoren als in bedrijven.
Op zichzelf is dat niet ernstig, mensen kunnen best aan nieuwe dingen wennen. Maar het is slim om werknemers zo vroeg mogelijk te laten meedenken. Zij kennen hun vak, ze weten wat mogelijk is en wat de gevolgen van veranderingen zijn. Als ze de kans krijgen om serieus mee te denken, zijn ze ook sneller bereid en meer gemotiveerd om mee te doen.”

Maak in cao’s ruimte voor verandering
“Werknemers moeten worden meegenomen, het liefst vanaf het begin. Daarom zou er in cao’s  ruimte moeten komen om verandering mogelijk te maken. Bijvoorbeeld via afspraken over duurzame inzetbaarheid, scholing en arbeidsomstandigheden. Dit gebeurt al steeds meer, maar kan nog beter. Als duidelijk is dat bepaalde banen gaan verdwijnen, moeten mensen de kans krijgen zich tijdig om te scholen naar nieuwe of andere banen.
De top van het bedrijf heeft de taak om, in samenwerking met de werknemers, voor elke laag in de organisatie helder te krijgen wat de circulaire economie gaat betekenen.
Werknemers moeten bewust worden gemaakt van wat er gaat veranderen. Ze hebben ook het vertrouwen nodig dat ze niet zomaar worden ontslagen als bepaald werk verdwijnt, maar de mogelijkheid krijgen om zich om te scholen en ander werk te vinden. Dat geeft hen motivatie om mee te doen.”



Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Amerik Klapwijk, beleidsadviseur VCP
‘Stel werknemers in de transitie centraal’


Technologische innovatie gaat niet zonder sociale innovatie
“De angst is dat in de circulaire economie veel laaggekwalificeerd werk verdwijnt en er vooral kleine taken overblijven, waardoor mensen banen moeten stapelen om voldoende inkomen te verwerven. Maar je kunt het ook positiever zien. De uitdaging is om het werk zo te organiseren dat er juist wel weer goede banen ontstaan en dat vakmanschap beter wordt gewaardeerd, bijvoorbeeld in de afvalverwerkings-, recycling- en de maakindustrie. De uitdaging is ook om innovaties te vinden die de productie minder afhankelijk maken van steeds schaarser wordende aardmaterialen uit het buitenland.
Werknemers hebben veel bij te dragen aan de omslag naar de circulaire economie. Op een nieuwe manier ontwerpen, produceren, inkopen en verkopen: zonder de inbreng van vakmensen en professionals zal dat niet lukken. Om de transitie te versnellen, is er meer aandacht nodig voor de rol van werknemers in de circulaire economie.
Werkgevers zouden zich er meer van bewust moeten zijn dat werknemers hun belangrijkste kapitaal zijn. Onze oproep is: stel de werknemers centraal. Investeer in human capital, neem mensen mee in de veranderingen en zorg voor ontwikkelingskansen. Daarmee staat of valt het succes van de transitie naar de circulaire economie. Het ontwikkelen en implementeren van (technologische) innovaties is onmogelijk zonder sociale innovatie.”

https://www.vcp.nl/



Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Michel Nijlant, beleidsadviseur CNV
‘Investeer in scholing en ontwikkeling’

“De circulaire economie komt er niet van de ene dag op de andere. We moeten ervoor zorgen dat de overgang geleidelijk gaat, anders raak je mensen onderweg kwijt. Je kunt niet een kolencentrale volgende week pardoes sluiten en de mensen op straat zetten. Als je al moet sluiten dan moet je zoiets ook zorgvuldig voorbereiden en ervoor zorgen dat werknemers worden geschoold en een overstap kunnen maken naar een andere baan of sector. En misschien moet je voor sommige mensen wel iets bedenken om het gat tot aan het pensioen te dichten.
Zo’n transitie is geen kwestie van willen of niet willen. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is dit noodzakelijk. In de huidige politiek context is het ook beter om voor grondstoffen minder afhankelijk te zijn van het buitenland.
De circulaire economie is overigens niet de enige transitie die nu aan de gang is. We moeten ons ook voorbereiden op robotisering, digitalisering en langer doorwerken. Er speelt dus van alles tegelijk. In feite maakt het niet eens uit waar veranderingen precies uit voortkomen. We moeten ervoor zorgen dat werknemers met de veranderingen mee kunnen gaan.”

Er is een cultuurverandering nodig
“De factor arbeid is heel belangrijk voor de transitie naar de circulaire economie. Het hergebruik van materialen is vaak veel arbeidsintensiever dan het produceren van nieuwe dingen. Om dat hergebruik vorm te geven, zijn meer mensen nodig, die daar dan ook verstand van moeten hebben.
De vaardigheden en competenties die jongeren vanuit school meekrijgen, sluiten als het goed is aan bij wat er op de toekomstige arbeidsmarkt nodig is. Maar veertigers, vijftigers en zestigers moeten vaak worden bijgeschoold of omgeschoold naar een nieuwe manier van werken als ze met een transitie te maken krijgen. Maar ook een goede sociale zekerheid blijft essentieel.
Werkgevers en werknemers hebben daarin ieder een verantwoordelijkheid. Werkgevers moeten werknemers de ruimte en middelen geven om zich te scholen en te ontwikkelen. Dat gebeurt te weinig. Werknemers moeten proberen bij te blijven in hun vak en daarvoor ook initiatieven ondernemen. Als je de mogelijkheid krijgt om je te scholen en te ontwikkelen, dan moet je die kans ook aangrijpen.

Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Michel Nijlant, beleidsadviseur CNV
‘Investeer in scholing en ontwikkeling’

Zowel aan de kant van de werkgevers als aan de kant van de werknemers is er wat scholing betreft een echte cultuurverandering nodig. Op papier gaat het de goede kant op, maar in de praktijk moeten we nog een hele slag maken, zowel met het oog op de circulaire economie als met het oog op de andere transities. Als vakbonden hebben wij daar ook een rol in. Wij moeten ervoor zorgen dat scholing en ontwikkeling hoger op de agenda komen te staan. Wij kunnen werknemers ook bijstaan in hun ontwikkelingsvragen.”

Jezelf ontwikkelen kan ook op de werkplek
“Het is niet zo dat iedereen weer naar school moet. Dat zou voor een grote groep werknemers totaal niet werken. Jezelf ontwikkelen kan gelukkig ook gewoon op de werkplek. De werkgever en werknemer kunnen samen kijken of de werknemer ook nog andere werkzaamheden kan doen en daardoor nieuwe vaardigheden kan leren. Het is kwetsbaar om dertig jaar hetzelfde te doen, want als dat werk om de een of andere reden ophoudt, kan de werknemer niet zomaar iets anders.
Het belangrijkste is dat mensen de competenties hebben of opdoen om zich aan te passen aan veranderingen, welke dat dan ook zijn. We kunnen transities niet tegenhouden, we moeten er wel voor zorgen dat ze niet zo snel gaan dat mensen niet mee kunnen komen. Het gaat erom dat we de menselijke maat in het oog houden.”


https://www.cnv.nl/


Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Harry Kager, adviseur water en bodem LTO
‘We kunnen het niet blijven doen zoals we deden’

“In de circulaire economie gaan we bewuster om met kringlopen, ook in de land- en tuinbouw. We moeten veel beter nadenken over hoe we de landbouwbodems en meststoffen kunnen optimaliseren en wat we met nevenstromen van biomassa kunnen doen, zoals stro en suikerbietenresten die op het land achterblijven. De uitdaging is om in de hele keten toegevoegde waarde te creëren en de lage carbon footprint van Nederlandse landbouwproducten nog verder te reduceren. Daar hebben we nieuwe kennis voor nodig en dat geeft kansen voor werkgelegenheid.
In de hele sector, op alle niveaus, zullen mensen anders met de bodem en met kringlopen moeten omgaan. De boeren en tuinders, maar ook de dienstverleners in de sector, zoals loonwerkers, de melkverwerkingssector en de veevoerindustrie. Ook werknemers moeten zich erin verdiepen hoe de bodem in elkaar zit en wat er nodig is om de bodem vruchtbaar te maken. Want dat verhoogt hun persoonlijke toegevoegde waarde.
Voor iedereen die in de sector werkt, ligt hier een verantwoordelijkheid. We kunnen het niet blijven doen zoals we het tot nu toe deden. Bij vakantiehulpen en tijdelijke krachten ligt het anders, maar van mensen die professioneel in deze sector werken, mag je verwachten dat ze zich in de ontwikkelingen verdiepen.”

Beperk de input, verhoog de output
“Veel mensen in de sector lopen nog niet echt warm voor de circulaire economie, maar als ze beseffen dat het sluiten van de kringlopen, het efficiënter omgaan met reststoffen en het rekening houden met de bodemvruchtbaarheid kosten bespaart, dan worden ze vanzelf enthousiast. Werkgevers hebben de taak om hun werknemers daarin mee te nemen. De LTO kan daar ook aan bijdragen, bijvoorbeeld door informatieavonden te organiseren voor leden. In de vakpers is ook veel informatie te vinden over de circulaire economie. En jongeren krijgen die kennis nu gewoon in hun opleiding mee. Voor hen is het straks vanzelfsprekend.
Circulaire bedrijfsvoering kost meer tijd. Je hebt ook meer kennis nodig over de bodem en over kringlopen. Maar het resultaat is positief: de input van meststoffen gaat omlaag en de opbrengsten gaan omhoog.”



Visie sociale partners

Vergeet de factor arbeid niet

Harry Kager, adviseur water en bodem LTO
‘We kunnen het niet blijven doen zoals we deden’

Deel en verspreid kennis
“Voor onze sector is het van cruciaal belang om mee te gaan met de veranderingen in de tijd. Je moet als ondernemer snel kunnen inspelen op innovaties, anders prijs je jezelf uit de markt. Als je niet mee kunt komen, verlies je inkomen. De pioniers in de sector zijn al een tijdje bezig met de circulaire transitie, de mainstream zal spoedig volgen.
De land- en tuinbouw is er altijd sterk in geweest om kennis te delen en te verspreiden. De sector kent relatief veel kleine spelers: er zijn bijna 65.000 boeren en tuinders in Nederland. Van oudsher kijken die naar elkaar. Ze komen in studieclubs bij elkaar om van elkaar te leren en ervaringen te delen. Natuurlijk zitten daar commerciële motieven bij, maar er is zeker ook een drive om de voedselproductie wereldwijd te verbeteren.”

http://www.lto.nl/




Visie sociale partners